ECLI:NL:RBDHA:2021:10048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum hervatting doorbetaling bezoldiging ambtenaar na ziekte
Eiser, werkzaam als coördinerend beleidsmedewerker bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, viel op 21 november 2016 uit wegens ziekte. De doorbetaling van zijn bezoldiging werd per 22 oktober 2018 beëindigd. Na advies van de bedrijfsarts dat eiser zijn werk met een opbouwschema kon hervatten, besloot verweerder de betaling per 14 januari 2019 gedeeltelijk te hervatten.
Eiser stelde dat zijn bezoldiging vanaf 22 oktober 2018, dan wel kort daarna, had moeten worden doorbetaald en betwistte het bestreden besluit dat de ingangsdatum van 14 januari 2019 als redelijk vaststelde. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet onredelijk handelde door de betaling pas te hervatten na het medisch advies van 25 januari 2019 en dat eiser vanaf 14 januari 2019 in redelijkheid had kunnen starten met re-integratie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de ingangsdatum van de hervatting van de bezoldiging wordt ongegrond verklaard.