Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
13 maart 2020te 's-Gravenhage, althans in Nederland met (de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige) [slachtoffer 1] , [geboortedatum 2] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het (meermalen)
13 maart 2020te 's Gravenhage, althans in Nederland (telkens) terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met (de minderjarige) [slachtoffer 1] ( [geboortedatum 2] 2004), die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, door het (telkens) (meermalen)
3.Bewijsoverwegingen
de ontblote vagina van die [slachtoffer 1]en
hetbrengen
envervolgens houden en heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, vingers in en over de ontblote vagina van die [slachtoffer 1] en
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
€ 2.000,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 13 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [slachtoffer 1] .
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
€ 2.000,-- en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 13 maart 2020 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [slachtoffer 1] ;