ECLI:NL:RBDHA:2020:9821

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 juli 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
C/09/573579 / FA RK 19-3602
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 HKBV 1996Art. 15 HKBV 1996Art. 20 HKBV 1996Art. 1:253q BWArt. 1:253r BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voogdij en schorsing gezag moeder wegens gezagsvacuüm

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot voogdij over een minderjarige geboren in Frans-Guyana. De moeder, die de Franse nationaliteit bezit en geen vaste verblijfplaats heeft, werd geschorst in het gezag over het kind. De tante van het kind, woonachtig in Nederland, vroeg de rechtbank om haar als voogd aan te wijzen.

De rechtbank stelde vast dat de moeder op grond van het recht van Guyana het gezag had, maar door haar onbekende verblijfplaats en onmogelijkheid om het gezag uit te oefenen, ontstond een gezagsvacuüm. De tante verzorgt het kind al sinds diens tweede levensmaand en het kind gaat naar school waar het goed functioneert.

Op basis van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 en het Nederlandse Burgerlijk Wetboek werd de tante benoemd tot voogd en werd het gezag van de moeder van rechtswege geschorst. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot meer of anders werd afgewezen.

Uitkomst: De tante wordt benoemd tot voogd en de moeder wordt van rechtswege geschorst in het gezag over het minderjarige kind.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 19-3602
Zaaknummer: C/09/573579
Datum beschikking: 27 juli 2020

Voorziening in de voogdij ex artikel 1:253q, lid 2*3, jo 1:253r BW

Beschikking op het op 6 mei 2019 ingekomen verzoekschrift van:

[X]

verzoekster,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. C.S. Ganga te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[XX] ,

de moeder,
zonder vaste woon- en/of verblijfplaats binnen en/of buiten Nederland.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 10 september 2019 met bijlage van verzoekster;
  • het bericht van 16 april 2020 van verzoekster;
  • het bericht van 15 juni 2020 met bijlage van verzoekster.
De moeder is in de Staatscourant van 3 juni 2020, nummer 29917, opgeroepen om te verschijnen op de zitting van 23 juni 2020. De moeder is niet verschenen.

Feiten

  • Uit de moeder is het nu nog minderjarige kind geboren:
  • Op de buitenlandse geboorteakte van [minderjarige] staat geen vader vermeld.
  • Verzoekster is de tante van [minderjarige] .
  • Volgens de Basisregistratie Personen (BRP) hebben verzoekster, de moeder en [minderjarige] de Franse nationaliteit.
  • [minderjarige] komt niet voor in het gezagsregister.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe verzoekster te belasten met de voogdij over [minderjarige] en de moeder te schorsen in de uitoefening van het gezag over [minderjarige] met ingang van de datum van de beschikking, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht
Aangezien de moeder de Franse nationaliteit heeft en niet in Nederland verblijft, heeft de zaak internationaalrechtelijke aspecten. Nu verzoekster en [minderjarige] in Nederland verblijven, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 8 van Pro de Verordening Brussel II-bis bevoegd om kennis te nemen van het verzoekschrift van verzoekster.
Toepasselijk recht
Bij de bepaling van het toepasselijke recht voor een zaak die betrekking heeft op ouderlijke verantwoordelijkheid moet gekeken worden naar het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV 1996). Op grond van artikel 15, eerste lid, van dit verdrag past de Nederlandse rechter, wanneer hij bevoegd is om over de zaak te oordelen, het Nederlandse recht toe.
Gezagssituatie
In hoofdstuk III van het HKBV 1996 zijn bepalingen neergelegd betreffende het toepasselijke recht op kwesties van ouderlijke verantwoordelijkheid. Deze bepalingen hebben een universeel formeel toepassingsgebied. Artikel 20 bepaalt Pro dat de bepalingen van dit hoofdstuk ook van toepassing zijn indien het daardoor aangewezen recht het recht is van een staat die niet een verdragsluitende staat is.
Artikel 16 HKBV Pro 1996 bepaalt:
- dat het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind van toepassing is op
het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit;
- dat het recht van de staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het moment waarop de overeenkomst of de eenzijdige rechtshandeling van kracht wordt van toepassing is op het ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid door een overeenkomst of een eenzijdige rechtshandeling, zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit.
[minderjarige] is geboren in (Frans-)Guyana, Zuid-Amerika. Dit leidt ertoe dat de rechtbank eerst naar het recht van Guyana dient te beoordelen of de moeder belast is met het gezag over [minderjarige] . Op grond van de Wet inzake ouderlijk gezag en voogdij hebben beide ouders, gezamenlijk en ieder voor zich, het ouderlijk gezag (
guardianship) en de voogdij/dagelijkse zorg (
custody) over het kind (art. 10 lid 1 Infancy Pro Act, art. 3 en Pro 30 lid 1 CCGMA). Toch kan de rechter een voogd aanwijzen (art. 30 lid 2 CCGMA Pro).
Nu een vader op de geboorteakte van [minderjarige] ontbreekt, is de rechtbank van oordeel dat de moeder op grond van recht van Guyana met het ouderlijk gezag over [minderjarige] was belast ten tijde van het opmaken van de geboorteakte van [minderjarige] .
Verzoek tot voogdij
Op grond van artikel 1:253q, tweede en vierde lid, in samenhang met artikel 1:253r, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) benoemt de rechtbank op verzoek van (onder meer) bloed- en aanverwanten van een minderjarige een voogd wanneer een ouder die alleen het gezag over zijn/haar minderjarige kind uitoefent, indien:
a. al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen; of
b. het bestaan of de verblijfplaats van de ouder die het gezag uitoefent, onbekend is.
Gedurende de periode waarin één van voornoemde omstandigheden zich voordoet is het gezag van de ouder (tijdelijk) geschorst op grond van artikel 1:253r, lid 2, BW.
Op grond van de stukken stelt de rechtbank vast dat verzoekster een zus van de moeder is, in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot [minderjarige] en dat zij al sinds dat [minderjarige] twee maanden oud is de zorg en opvoeding voor haar draagt. Verzoekster is ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank is van oordeel dat [minderjarige] zich thans bevindt in de situatie waarin sprake is van een gezagsvacuüm, nu de moeder niet in staat is om belangrijke beslissingen te nemen.
Uit het overgelegde stukken is gebleken dat de moeder – al dan niet tijdelijk - in de onmogelijkheid verkeert om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen. Ook is gebleken dat het bestaan en de verblijfplaats van de moeder onbekend is. Aldus is de conclusie dat het gezag van de moeder van rechtswege is geschorst. Er dient daarom in de voogdij over [minderjarige] te worden voorzien.
Omdat verzoekster [minderjarige] al geruime tijd binnen haar gezin verzorgt, [minderjarige] naar school gaat en het daar volgens de stukken goed doet, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen vrees dat de belangen van [minderjarige] zouden worden verwaarloosd bij inwilliging van het verzoek. Verzoekster wordt daarom met de voogdij over [minderjarige] belast. Verzoekster heeft zich bereid verklaard tot aanvaarding van de voogdij over [minderjarige] .

Beslissing

De rechtbank:
verklaart voor recht dat het gezag van de moeder: [XX] , geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , Frans-Guyana, over de minderjarige [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] Frans-Guyana, van rechtswege is geschorst;
benoemt tot voogdes over [minderjarige] :
[X] geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] , Suriname;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. O.F. Bouwman, (kinder)rechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. M. Corver, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van
27 juli 2020.