Op 8 juni 2020 stak de verdachte haar ex-partner meerdere keren met een keukenmes van twintig centimeter in de schouder en hand, terwijl hij op bed lag en zich niet kon verdedigen. Het slachtoffer liep verwondingen op en vreesde voor zijn leven. De verdachte bekende de steken en verklaarde in een hevige gemoedstoestand te hebben gehandeld uit woede en agressie.
De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte met voorwaardelijk opzet handelde, aangezien zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou overlijden. Psychologische rapportages stelden dat de verdachte leed aan borderline persoonlijkheidsstoornis en andere stoornissen, wat haar verminderd toerekeningsvatbaar maakte.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De straf is gecombineerd met bijzondere voorwaarden zoals opname in een forensisch psychiatrische afdeling, ambulante behandeling en toezicht door de reclassering. De strafdoelen van speciale preventie en behandeling wegen zwaarder dan vergelding.
De verdachte heeft spijt betuigd en het slachtoffer wenst geen contact- of locatieverbod. De rechtbank acht behandeling en toezicht noodzakelijk vanwege het matig verhoogde recidiverisico. De bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard.