Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 10 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 juncto Pro artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Daarnaast heeft verweerder ambtshalve besloten dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en dat geen uitstel van vertrek wordt verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000.
Overwegingen
- Identiteit, nationaliteit en herkomst.
- Deelname aan demonstraties van de Nationale Raad.
- Detentie en marteling door gevangenisbewakers.
- Er is een opsporings- en arrestatiebevel tegen eiser uitgevaardigd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,-.