ECLI:NL:RBDHA:2020:9637

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2020
Publicatiedatum
2 oktober 2020
Zaaknummer
NL20.15900
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag Palestijnse statushouder met Griekse bescherming

Eiser, een Palestijnse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar zijn aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000. Dit besluit werd aangevochten bij de rechtbank Den Haag.

De kern van het geschil betrof de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij Nederland ervan uitgaat dat Griekenland de internationale bescherming van de statushouder adequaat verzorgt. Eiser voerde aan dat in zijn situatie dit vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is vanwege vermeende tekortkomingen in de huisvesting en bescherming tegen bedreigingen door Hamas, onderbouwd met vertaalde chatberichten en internetbronnen.

De rechtbank oordeelde dat de aangeleverde chatberichten onvoldoende duidelijkheid boden over de adressering van het verzoek om huisvesting en dat de authenticiteit van de vertalingen onduidelijk was. Ook konden de internetbronnen niet aantonen dat Griekenland niet in staat zou zijn om bescherming te bieden tegen Hamas. De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.15900

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. drs. N. Wouters),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

ProcesverloopBij besluit van 17 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.15901, plaatsgevonden op 18 september 2020. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1992 en afkomstig te zijn uit Palestina.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. [1] Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit het Eurodac-systeem is gebleken dat de autoriteiten van Griekenland op 20 februari 2020 aan eiser internationale bescherming hebben verleend.
3. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat eiser internationale bescherming heeft in Griekenland. Ook is niet in geschil dat in algemene zin ten aanzien van Griekenland kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel waar het gaat om de behandeling van statushouders, gelet op de recente jurisprudentie. [2]
5. Eiser voert echter aan dat in zijn geval niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser stelt tevergeefs om huisvesting te hebben gevraagd en wijst daarbij op vertaalde chatberichten. Daarnaast stelt eiser dat hij te vrezen heeft voor de beweging Hamas, waarbij hij wijst op dezelfde berichten en op een drietal internetbronnen. [3]
6. De rechtbank stelt vast dat uit de door eiser overgelegde chatberichten met vertaling niet is af te leiden tot wie hij zich heeft gewend met zijn verzoek om huisvesting. Onduidelijk is door wie de desbetreffende vertalingen zijn vervaardigd. De enkele omstandigheid dat bij de berichten een logo te zien is van de niet-gouvernementele organisatie ‘HELIOS’, is voorts onvoldoende. Gelet daarop heeft verweerder terecht overwogen dat niet is gebleken dat de Griekse autoriteiten ten opzichte van eiser tekort zijn geschoten. Het ligt op de weg van eiser om zich tot de Griekse autoriteiten te wenden met een verzoek om huisvesting, dan wel bij hen te klagen omtrent het niet of niet voortvarend toekennen van huisvesting.
7. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat uit de door eiser aangehaalde internetbronnen niet is af te leiden dat de Griekse autoriteiten niet in staat zijn om statushouders als eiser indien nodig te beschermen tegen bedreigingen vanuit de beweging Hamas.
8. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in zijn geval ten aanzien van Griekenland niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.S. Hamans, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.De rechtbank wijst bij wijze van voorbeeld op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1382.
3.Middle East Eye, ‘Greek parliament votes unanimously to recognize Palestine’, 22 december 2015; This Week In Palestine, ‘A Longstanding Friendship. Palestine and Greece’ (niet gedagtekend); Hellenic Republic Ministry of Foreign Affairs, ‘Greek-Palestinian Relations’, 23 september 2020.