ECLI:NL:RBDHA:2020:9636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering verhuiskosten Defensie wegens samenloop met DBZV
Eiser, geplaatst als Medewerker V&B op een ambassade in de Verenigde Staten, ontving twee vergoedingen voor verhuiskosten: een op grond van het DBZV en een op grond van het VKBD. Verweerder vorderde het bedrag van het VKBD terug omdat dit besluit niet op eiser van toepassing was.
Eiser stelde dat de vergoedingen niet met elkaar samenlopen omdat zij verschillende kosten betreffen en voerde subsidiair aan dat hij niet redelijkerwijs kon weten dat de vergoeding onterecht was uitbetaald. De rechtbank oordeelde dat volgens artikel 1, tweede lid, VKBD de voorzieningen van Buitenlandse Zaken en Defensie niet naast elkaar kunnen bestaan.
De rechtbank verwierp het subsidiaire verweer omdat eiser redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de onverschuldigde betaling. De aanvraag was conform procedure beoordeeld en de voorlichting voorafgaand aan uitzending bood geen aanleiding tot misverstand.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J.L. van der Waals op 29 september 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van verhuiskosten is ongegrond verklaard.