ECLI:NL:RBDHA:2020:9602
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Oegandese homoseksueel
Verzoeker, een homoseksueel uit Oeganda, heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak op 1 september 2020. Gezien het feit dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak doet in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.13744), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. L.M. Kos, voorzieningenrechter, en mr. S.S.O.L. Chung A Hing, griffier. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet in een openbare zitting plaats, maar zal deze worden uitgesproken zodra dat weer mogelijk is. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig wordt behandeld.