ECLI:NL:RBDHA:2020:9600
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Oegandese verzoekster
Verzoekster, van Oegandese nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 21 maart 2020 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 2 juli 2020, samen met het beroep, en vervolgde de behandeling op 11 juli 2020. Op dezelfde dag als deze uitspraak deed de rechtbank uitspraak op het hoofdberoep en verklaarde dit ongegrond, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep eveneens ongegrond is verklaard.