ECLI:NL:RBDHA:2020:9578

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 september 2020
Publicatiedatum
30 september 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 3422
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 20 VWEUArt. 85 Vw 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verblijfsrecht op grond van onvoldoende zorgtaken en afhankelijkheid bij minderjarige dochter

Eiser, vader van een minderjarige Nederlandse dochter, verzocht om verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat eiser daadwerkelijk zorgtaken verricht en dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat de dochter met hem mee zou moeten bij vertrek uit Nederland.

De rechtbank oordeelt dat het enkel feit dat eiser vader is onvoldoende is voor het verblijfsrecht. Eiser heeft verklaringen en foto’s overgelegd die aanwezigheid in het leven van de dochter tonen, maar niet dat hij daadwerkelijk zorgt en dat de dochter van hem afhankelijk is volgens het arrest. Ook het samenwonen van drie maanden en het contact via Facetime na vertrek naar Engeland zijn onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank stelt verder vast dat geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aantonen van daadwerkelijke zorgtaken en afhankelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/3422
V-nummer: [V-nummer]
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 14 september 2020 in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] , van Nigeriaanse nationaliteit, eiser
(gemachtigde: [naam] ),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: [naam] ).
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was [naam] , eisers partner, op de zitting aanwezig.
Met inachtneming van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek op de zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij aan partijen medegedeeld dat partijen binnen vier weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Motivering

1. Eiser heeft verweerder verzocht hem op grond van artikel 20 van Pro het VWEU [1] en het arrest Chavez-Vilchez [2] verblijf toe te staan bij zijn minderjarige dochter [naam] ( [naam] ). [naam] is geboren op [geboortedatum] en heeft de Nederlandse nationaliteit.
2. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen, omdat niet is gebleken dat hij, al dan niet samen met zijn echtgenote, daadwerkelijk zorgtaken verricht ten aanzien van [naam] . Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat tussen eiser en [naam] niet een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat, als eiser moet vertrekken uit Nederland, zij met hem mee zou moeten.
3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Vooropgesteld wordt dat eiser de vader is van [naam] en alleen daarom al heel belangrijk voor haar is, maar dat is onvoldoende om het gevraagde verblijfsrecht toe te kennen. Eiser moet onderbouwen en aannemelijk maken dat hij daadwerkelijk voor [naam] zorgt en dat zij echt van hem afhankelijk is in de zin van voornoemd Chavez-Vilchez arrest. Hierin is eiser naar het oordeel van de rechtbank niet geslaagd. Eiser heeft onder meer verklaringen overgelegd van het kinderdagverblijf, de oma van [naam] en een aantal foto’s. Uit die stukken kan worden afgeleid dat eiser in het leven van [naam] aanwezig is, maar niet dat hij ook daadwerkelijk voor [naam] zorgt en dat zij van hem afhankelijk is in de zin van het Chavez-Vilchez arrest. De enkele omstandigheid dat eiser met [naam] en zijn partner drie maanden heeft samengewoond, leidt niet tot een ander oordeel. Dit geldt ook voor eisers betoog dat hij, na zijn vertrek naar Engeland, intensief contact met [naam] heeft onderhouden via Facetime en bezoeken. Dit is onvoldoende onderbouwd.
4. De rechtbank is verder van oordeel dat geen sprake is van schending van de hoorplicht. Afgezet tegen de afwijzingsgronden van het primaire besluit, zijn in bezwaar geen stukken overgelegd of is niet een dusdanige toelichting gegeven dat verweerder niet heeft kunnen oordelen dat sprake was van een kennelijk ongegrond bezwaar.
5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
mr. M.J.S. Kempers
griffier
mr. A.K. Mireku
rechter
afschrift verzonden op:

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt vier weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van Pro de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van Pro de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Voetnoten

1.Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2.het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.