ECLI:NL:RBDHA:2020:9569
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens ongegrond beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen in het besluit van 3 juli 2020. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De zitting vond plaats op 21 juli 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl verweerder zich liet vertegenwoordigen. De rechtbank heeft in de hoofdzaak het beroep ongegrond verklaard, waardoor geen aanleiding meer bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden ingehaald zodra het weer mogelijk is.
Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel openstaand, waarmee de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.