ECLI:NL:RBDHA:2020:9464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring en schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot 31 augustus 2020 bevestigd. De beoordeling richt zich nu op de periode van 31 augustus tot 10 september 2020, toen de bewaring werd opgeheven.
Eiser stelde dat verweerder de rechtbank zou hebben misleid door een verzoek tot heroverweging bij de Franse autoriteiten slechts schijnbaar te hebben ingediend om het ontbreken van een terugkeerbesluit te verbloemen. De rechtbank oordeelt dat dit niet is onderbouwd en dat verweerder gemotiveerd en met stukken heeft aangetoond dat het verzoek daadwerkelijk is gedaan en afgewezen.
De rechtbank benadrukt dat de Benelux-overeenkomst bepalingen bevat over de verantwoordelijkheid voor terugname, waarbij Frankrijk als hoofdverblijfland van eiser verantwoordelijk is. De stelling dat het verzoek kansloos was of dat sprake zou zijn van misleiding wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.