Eiser, een Syrische man, diende een asielaanvraag in die door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard op basis van het veilig derde land-criterium voor de Filipijnen. Verweerder stelde dat eiser een voldoende band met de Filipijnen heeft en dat het voor hem redelijk is om daarheen te gaan, mede vanwege zijn huwelijk met een Filipijnse vrouw en eerdere bezoeken aan het land.
Eiser voerde aan dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij toegang tot de Filipijnen kan krijgen, onder meer vanwege een verlopen paspoort en het ontbreken van bestaansmiddelen. De rechtbank oordeelde dat verweerder in het bestreden besluit onvoldoende had gemotiveerd op welke wijze eiser toegang tot de Filipijnen zou krijgen, waardoor sprake was van een motiveringsgebrek.
Na nadere toelichting in het verweerschrift achtte de rechtbank de toegang tot de Filipijnen aannemelijk. De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende heeft onderbouwd dat de algemene veiligheidssituatie in de Filipijnen niet zodanig is dat deze niet als veilig derde land kan worden beschouwd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens het motiveringsgebrek maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat verweerder alsnog aan zijn bewijslast had voldaan. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.