ECLI:NL:RBDHA:2020:9280
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter die eerder een meervoudige strafkamer voorzat waarin verzoeker werd veroordeeld. Verzoeker stelde dat hij onheus was bejegend en niet gehoord was in die eerdere zaak, en dat dit een vertrouwensbreuk veroorzaakte waardoor hij geen vertrouwen had in een onpartijdige behandeling van de huidige strafzaak.
De wrakingskamer overwoog dat het niet ongebruikelijk is dat een rechter meerdere zaken van dezelfde verdachte behandelt en dat de enkele omstandigheid van eerdere betrokkenheid onvoldoende is voor het aannemen van partijdigheid. De kamer concludeerde dat de aangevoerde omstandigheden geen zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid of vooringenomenheid.
Omdat het wrakingsverzoek werd ingediend voordat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak begon, kon ook uit het verloop van de behandeling geen vrees voor partijdigheid worden afgeleid. De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond bij het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.