ECLI:NL:RBDHA:2020:9253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens internationale bescherming in Cyprus
Eisers, een Jemenitisch gezin met twee jonge kinderen, vroegen in Nederland een verblijfsvergunning asiel aan. Verweerder verklaarde deze aanvragen niet-ontvankelijk omdat eisers reeds internationale bescherming genieten in Cyprus. Eisers stelden dat zij in Cyprus niet daadwerkelijk aanspraak kunnen maken op hun rechten en dat terugkeer in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege slechte opvang, discriminatie en medische problemen van hun zoon.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Cyprus zijn verplichtingen nakomt. Eisers leverden geen algemene of concrete bewijsstukken om hun stellingen te onderbouwen. Hun persoonlijke relaas toonde aan dat zij opvang, leefgeld, medische zorg en huisvesting ontvingen en dat zij gewerkt hebben. Tevens is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in Cyprus niet adequaat hulp kunnen krijgen.
De rechtbank verwierp ook het beroep op bijzondere kwetsbaarheid op grond van het arrest Ibrahim, omdat het gezin twee ouders heeft en geen medische stukken zijn overgelegd die bijzondere kwetsbaarheid aantonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.