ECLI:NL:RBDHA:2020:9150

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 september 2020
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
SGR 20/2516
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.20 Wet IB 2001Art. 3 Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling navorderingsaanslag bijtelling privégebruik bestelauto door transportondernemer

Eiser exploiteert een transportbedrijf en gebruikte een Iveco 40C35 bestelauto voor zijn werkzaamheden. Hij hield geen sluitende kilometeradministratie bij en ontving geen verklaring uitsluitend zakelijk gebruik. Verweerder stelde een navorderingsaanslag IB/PVV 2016 vast met een bijtelling privégebruik van 25% van de catalogusprijs.

Eiser stelde dat de bestelauto uitsluitend zakelijk werd gebruikt en verwees naar de inrichting als bakwagen en het parkeren op een afgesloten terrein. Hij overhandigde echter geen rittenregistratie of ander bewijs om het privégebruik onder de 500 kilometer per jaar aan te tonen. De rechtbank oordeelde dat de enkele verklaring onvoldoende is om privégebruik uit te sluiten.

Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat eiser geen concrete passages uit de website van verweerder kon aanwijzen die hem op het verkeerde been hadden gezet. De belastingrente werd eveneens niet betwist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting met bijtelling privégebruik bestelauto wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 20/2516

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

16 september 2020 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: A.J.M. Kouwenberg),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 18 september 2019 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2016 opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de in rekening gebrachte belastingrente.

Zitting

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak op bezwaar beroep ingestelde bij rechtbank Zeeland-West-Brabant. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de zaak voor verdere behandeling en beslissing verwezen naar rechtbank Den Haag.
Het onderzoek ter zitting heeft telefonisch plaatsgevonden op 3 september 2020. Eiser heeft deelgenomen aan de telefonische zitting, bijgestaan door gemachtigde. Namens verweerder hebben deelgenomen mr. [A] en mr. drs. [B] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser exploiteert een transportbedrijf onder de naam [bedrijfsnaam] .
2. Voor de werkzaamheden in zijn onderneming heeft eiser een bestelauto tot zijn beschikking, te weten een Iveco 40C35 (de auto). Eiser heeft met betrekking tot het gebruik van de auto geen sluitende (kilometer-) administratie bijgehouden. Daarnaast is aan eiser geen verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto afgegeven als bedoeld in artikel 3.20, zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001).
3. Eiser heeft een aangifte IB/PVV voor het jaar 2016 ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 33.065. In de aangifte is geen bijtelling privégebruik auto aangegeven. Met dagtekening 19 mei 2018 is de aanslag IB/PVV 2016 conform de door eiser ingediende aangifte vastgesteld.
4. Bij brief van 6 december 2018 heeft verweerder een deelonderzoek ingesteld naar het privégebruik van de auto. Naar aanleiding van de bevindingen heeft verweerder de bijtelling wegens privégebruik auto gesteld op € 12.837, zijnde 25% van de catalogusprijs van de bestelauto van € 51.349, en de MKB-winstvrijstelling verhoogd met € 1.797. Met dagtekening 4 juni 2019 is aan eiser een navorderingsaanslag IB/PVV 2016 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 44.105, is een vergrijpboete opgelegd en is belastingrente in rekening gebracht.
5. Bij de uitspraak op bezwaar is de vergrijpboete vernietigd.
6. In geschil is of verweerder terecht een bijtelling wegens privégebruik auto in aanmerking heeft genomen.
7. Eiser stelt dat hij de bestelauto niet privé heeft gebruikt. Eiser voert hiertoe aan dat de bestelauto een zogenoemde bakwagen is en uitsluitend is ingericht voor goederenvervoer. De bestelauto wordt na de werkdag buiten de woonwijk geparkeerd op een afgesloten of daarvoor bestemd terrein of loods waarna eiser de bestelauto de volgende ochtend ophaalt.
8. Op grond van artikel 3.20 van de Wet IB 2001 wordt, indien aan de belastingplichtige ook voor privédoeleinden een auto ter beschikking staat, op jaarbasis een bepaald percentage van de waarde van de auto als onttrekking in aanmerking genomen. De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te staan tenzij blijkt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Indien uit een rittenregistratie of anderszins blijkt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt, wordt de onttrekking gesteld op nihil. Onder auto wordt verstaan een personenauto of bestelauto als bedoeld in artikel 3 van Pro de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, met uitzondering van de bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor vervoer van goederen. Ter zitting heeft eiser verklaard dat de auto ook voor privédoeleinden gebruikt zou kunnen worden, bijvoorbeeld bij een verhuizing.
9. Eiser heeft géén rittenregistratie of andere bewijsmiddelen overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat met de auto alleen zakelijk, of ieder geval niet meer dan 500 kilometer privé, is gereden. Met de enkele verklaring dat de auto niet voor privé is gebruikt kan niet worden gezegd dat eiser heeft aangetoond dat geen sprake is geweest van privégebruik. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder terecht een bijtelling wegens privégebruik van de auto in aanmerking heeft genomen. De persoonlijke en financiële omstandigheden van eiser doen niet af aan de juistheid van de navorderingsaanslag.
10. Voor het eerst ter zitting heeft eiser gesteld dat op de website van verweerder niet duidelijk is aangeven wat wordt verstaan onder een bestelauto. Eiser stelt dat hij zich niet had gerealiseerd dat de auto, door hem aangeduid als een bakwagen of kleine vrachtauto, onder de bijtellingsregeling valt. De rechtbank vat deze stelling op als een beroep op het vertrouwensbeginsel in die zin dat eiser meent dat uit die informatie kan worden afgeleid dat de auto niet valt onder de reikwijdte van artikel 3.20 van de Wet IB 2001. Nog daargelaten dat aan dergelijke algemene, voorlichtende informatie - behoudens uitzonderingen die zich hier niet voordoen - geen in rechte te beschermen vertrouwen kan worden ontleend, geldt dat eiser slechts in zijn algemeenheid heeft verwezen naar de website van verweerder zonder te refereren naar concrete passages. Reeds hierom slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel niet.
11. Tegen de in rekening gebrachte belastingrente heeft eiser geen afzonderlijke gronden aangevoerd. Gesteld noch gebleken is dat deze rente naar een onjuist bedrag of in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht in rekening is gebracht.
12. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Drok, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Roodhorst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
16 september 2020.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.