ECLI:NL:RBDHA:2020:9043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het onderzoek via een beeld- en geluidverbinding gehouden en beoordeelt dat Nederland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van België. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat België niet aan de vereisten voldoet, noch dat er sprake is van indirect réfoulement of schending van het EVRM.
De rechtbank overweegt dat eiser geen concrete informatie heeft aangeleverd over structurele tekortkomingen in het Belgische asiel- en opvangsysteem. Ook blijkt uit het dossier dat eiser rechtsbijstand heeft gehad en zijn asielverzoek in België in behandeling is genomen.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris terecht geen inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag heeft gegeven en dat de omstandigheden van eiser niet zodanig individueel en bijzonder zijn dat overdracht aan België onredelijk zou zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.