Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Eiser heeft bij zijn asielaanvraag verklaard dat hij is gehuwd en dat hij asiel heeft gevraagd in Nederland, omdat hij werd bedreigd door een militie, de Saba‘ib Ahl al-Haq (Liga des Rechtvaardigheid).
Eiser heeft bij brief van 4 juli 2017 meegedeeld dat zijn echtgenote en zoontje vrijwillig naar Irak zijn teruggekeerd nadat zij erachter is gekomen dat hij een relatie heeft met een andere man. Eisers echtgenote heeft de stam in Irak geïnformeerd. Eiser heeft verzocht dit met toepassing van artikel 83 van Pro de Vw 2000 bij de beoordeling van het beroep te betrekken. De rechtbank ziet aanleiding om deze nieuwe feiten en omstandigheden bij onderhavig beroep niet te betrekken, omdat eiser kort voor de zitting in wezen een geheel nieuw en vooralsnog niet onderbouwd asielmotief naar voren heeft gebracht. Een zorgvuldige beoordeling van deze gestelde feiten vergt een nader gehoor door verweerder en aanvullende besluitvorming. Hierdoor zou de afdoening van onderhavig beroep ontoelaatbaar worden vertraagd.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 5 januari 2017;
- bepaalt dat deze uitspraak daarvoor in de plaats treedt;
- verleent aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingangsdatum 4 juli 2017;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.312,50.
mr. B. Groothedde, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 4 februari 2020.