ECLI:NL:RBDHA:2020:8967
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij ongegrond verklaard beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en verklaard het ongegrond, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening overbodig werd. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M. Kraefft, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na ongegrondverklaring van het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel.