ECLI:NL:RBDHA:2020:8867

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 augustus 2020
Publicatiedatum
11 september 2020
Zaaknummer
C/09/598471 / FA RK 20-5921
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken psychiatrische stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 31 augustus 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.

Tijdens de zitting werd door een psychiater verklaard dat er op dat moment geen psychiatrische stoornis bij betrokkene was vastgesteld die aanleiding gaf tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De crisismaatregel was aanvankelijk op 25 augustus 2020 opgelegd op aandringen van de gemeente, maar de psychiater gaf aan dat dit niet medisch noodzakelijk was.

Betrokkene stelde dat haar opname onterecht was en samenhing met een burenruzie over vergunningen. De advocaat voerde aan dat de gemeente oneigenlijke druk had uitgeoefend om de opname te bewerkstelligen. Gelet op de medische verklaring en de omstandigheden concludeerde de rechtbank dat niet werd voldaan aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel.

De rechtbank besloot daarom het verzoek af te wijzen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van psychiatrische stoornis met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnummer: C/09/598471 / FA RK 20-5921
Datum beschikking: 31 augustus 2020

Afwijzing verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 26 augustus 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de vrouw]

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1964, te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [verblijfplaats]
advocaat: mr. J. Gravesteijn te 's-Gravenhage.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 augustus 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 25 augustus 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 25 augustus 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
  • een uittreksel uit de justitiële documentatie;
  • een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
  • betrokkene;
  • de advocaat van betrokkene;
  • de [psychiater 2] .
Bij de telefonische behandeling zijn verder aanwezig geweest als toehoorder:
  • mevrouw [behandelaar] van GGZ Rivierduinen;
  • de [coach] van betrokkene in het kader van de WMO;
  • een verpleegkundige.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

Standpunten

De psychiater heeft ter zitting verklaard dat ten tijde van de crisisopname geen symptomen zijn vastgesteld die duiden op een psychiatrische stoornis bij betrokkene. Daarnaast zijn er ten tijde van de crisisopname geen signalen waargenomen van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Derhalve is er naar het oordeel van de psychiater onvoldoende grondslag voor de verzochte voortzetting van de crisismaatregel. Er lijkt sprake te zijn van een problematische situatie tussen betrokkene, haar buren en de gemeente die aanleiding is geweest voor de crisisopname. De psychiater heeft verklaard dat de crisismaatregel op sterk aandringen van de gemeente is afgegeven en in stand is gelaten tot de zitting.
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat zij onterecht is opgenomen omdat er geen sprake is van psychiatrische problematiek, maar van een burenruzie over vergunningen. De advocaat heeft aangevoerd dat door de gemeente oneigenlijke druk is uitgeoefend om betrokkene te laten opnemen. Gelet op de bevindingen van de psychiater concludeert de advocaat tot afwijzing van het verzoek.

Beoordeling

Op basis van de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat niet wordt voldaan aan de wettelijke gronden voor toewijzing van het verzoek. Ter zitting is verklaard dat op dit moment geen sprake is van een psychiatrische stoornis bij betrokkene waar onmiddellijk dreigend ernstig nadeel uit voortvloeit.
Daarom zal de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. van der Kleijn, rechter, bijgestaan door
mr. S.T. Viezee als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 augustus 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 september 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.