ECLI:NL:RBDHA:2020:8814
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs afstammingsrelatie
Eisers, beiden met de Ghanese nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) om bij referente te verblijven. Verweerder heeft deze aanvragen afgewezen omdat niet met gelegaliseerde geboorteaktes is aangetoond dat eisers de biologische of juridische kinderen van referente zijn. De geboortes zijn zeer laat geregistreerd en de documenten zijn niet gelegaliseerd, waardoor de authenticiteit en inhoud niet kunnen worden vastgesteld.
Eisers voerden aan dat zij gelegaliseerde geboorteaktes hebben en verwezen naar een Vaststellingsbesluit en een circulaire, maar de rechtbank stelde vast dat het Vaststellingsbesluit is vervallen en verweerder geen verificatieonderzoek hoefde aan te bieden. Eisers mochten geen DNA-onderzoek eisen omdat zij geen goede reden voor bewijsnood hadden gegeven. Nieuwe stukken ingebracht in beroep konden niet worden betrokken omdat deze eerst door het Bureau Documenten onderzocht moeten worden.
Eisers stelden dat er een familieband bestaat volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, maar verweerder stelde terecht dat zonder aantoonbare afstammingsrelatie geen beschermenswaardig gezinsleven bestaat. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat vooraf redelijkerwijs geen twijfel bestond over het besluit. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtigingen tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de afstammingsrelatie.