ECLI:NL:RBDHA:2020:8624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eiseressen, beiden van Jemenitische nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij hun familielid, referente, die een verblijfsvergunning asiel bezit.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseressen en referente, zoals vereist op grond van artikel 8 EVRM Pro. Eiseressen stelden dat hun relatie verder gaat dan normale familierelaties, onder meer vanwege financiële afhankelijkheid, verzorgingstaken van referente en medische problematiek.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslissing deugdelijk heeft gemotiveerd en dat de aangevoerde documenten en omstandigheden onvoldoende bewijs leveren voor een bijzondere afhankelijkheid. Ook de medische situatie van eiseressen en de zorgrelatie met referente zijn niet zodanig dat verblijf gerechtvaardigd is.
Daarnaast is een asielgerelateerde grond aangevoerd, maar deze kan in deze reguliere procedure niet worden beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.