ECLI:NL:RBDHA:2020:8599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 25 mei 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname bij Duitsland ingediend, dat dit verzoek had geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten aanzien van Duitsland vanwege vermeende schendingen van de Kwalificatie- en Opvangrichtlijnen en dat verweerder het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel had geschonden door zijn vrees voor (indirect) refoulement niet mee te nemen in de besluitvorming. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat de enkele niet-onderbouwde stellingen onvoldoende waren om het besluit te wijzigen.
Verder overwoog de rechtbank dat Duitsland met het claimakkoord heeft gegarandeerd dat het asielverzoek in behandeling wordt genomen en dat eiser zal worden opgevangen. De mededeling dat alleen een gecontroleerde overdracht mogelijk is, doet hieraan niet af. Eiser had ook niet aannemelijk gemaakt dat hij geen klachten kan indienen bij Duitse autoriteiten. De rechtbank zag geen reden om artikel 17 van Pro de Dublinverordening toe te passen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.