ECLI:NL:RBDHA:2020:8549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens onveilige thuissituatie
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2011, ingediend door Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden. De minderjarige is sinds februari 2020 uit huis geplaatst vanwege zorgen over de veiligheid bij de moeder, die kampt met een alcoholverslaving.
Tijdens de zitting op 19 augustus 2020 werd vastgesteld dat de relatie tussen de moeder en haar ex-partner, die eerder als mogelijke informant werd beschouwd, was beëindigd. De ex-partner speelt geen substantiële rol meer in het leven van de minderjarige, waardoor hij niet als informant kan worden aangemerkt volgens artikel 800 lid 2 Rv Pro.
De moeder erkent haar problemen en heeft positieve stappen gezet, zoals het vinden van een eigen woning en werk, en staat open voor hulpverlening. Toch is de thuissituatie nog onvoldoende veilig voor terugkeer van de minderjarige. De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en verlengt de machtiging tot 28 november 2020, de duur van de ondertoezichtstelling.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 28 november 2020 wegens onvoldoende veilige thuissituatie.