ECLI:NL:RBDHA:2020:8517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep bij toekenning bijstand Participatiewet
Eiser had een aanvraag om bijstand ingevolge de Participatiewet ingediend die door verweerder werd afgewezen. Na een tussenuitspraak van de rechtbank waarin motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken werden vastgesteld, trok verweerder het oorspronkelijke besluit in en kende bijstand toe met terugwerkende kracht. Eiser trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van samenhangende zaken tussen de verschillende besluiten, maar dat de zaken wel gemiddeld van gewicht waren. Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelde de rechtbank de proceskosten vast op €2.362,50, waarbij punten werden toegekend voor verschillende proceshandelingen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Munsterman en griffier A. Jansen op 3 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €2.362,50 aan proceskosten aan eiser.