ECLI:NL:RBDHA:2020:850

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2020
Publicatiedatum
3 februari 2020
Zaaknummer
C/09/586690 / FA RK 20-41
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel bij manisch psychotisch toestandsbeeld

Op 10 januari 2020 heeft de officier van justitie een verzoek ingediend tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een psychiatrische accommodatie. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 januari 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een arts, co-assistent en verpleegkundige werden gehoord.

Betrokkene erkende het prettig te vinden in de kliniek te verblijven en medewerking te verlenen aan de behandeling, maar gaf aan geen opname te willen. De arts stelde een manisch psychotisch beeld vast met risicovol gedrag, zoals buitensporige uitgaven en agressie, waaronder verbale agressie en gooien van een flesje. De arts achtte vrijwillige behandeling niet haalbaar vanwege recente escalaties.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door de psychische stoornis, waaronder ernstige financiële schade en het oproepen van agressie door betrokkene. De gevraagde verplichte zorgmaatregelen, waaronder medicatie, voeding, beperking bewegingsvrijheid en opname, zijn noodzakelijk, evenredig en effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De rechtbank verleent daarom een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken, met de genoemde zorgmaatregelen, en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is uitgesproken op 13 januari 2020 en schriftelijk vastgesteld op 28 januari 2020.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/586690 / FA RK 20-41
Datum beschikking: 13 januari 2020
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 10 januari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1969, te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. M.S.C. Leistra te Zoetermeer.

1.Procesverloop

1.1
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 januari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 9 januari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Gouda tot het nemen van de crisismaatregel van 9 januari 2020;
  • een op 9 januari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 januari 2020.
1.3
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de [arts] ;
- de [co-assistent] ;
- de [verpleegkundige]
1.4.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

2.Verweer

De betrokkene heeft ter zitting verklaard dat zij het wel prettig vindt in de kliniek. De betrokkene doet alles wat er wordt gezegd. De betrokkene is van mening dat het haar rekening en geld is en niet aan anderen is om dingen te betalen.
De advocaat heeft verklaard dat de betrokkene geen driftkikker is. Ze ging voor een afspraak naar de psychiater en hoorde dat ze zou worden opgenomen. De betrokkene heeft toen mensen weggeduwd. Het was niet doelbewust. De betrokkene wil wel behandeling maar geen opname. De betrokkene heeft de medicatie geaccepteerd en vindt dat het allemaal wordt opgeklopt.
De arts heeft verklaard dat er een manisch beeld wordt gezien. De betrokkene geeft veel geld uit, heeft meerdere keren de huisartsenpost gebeld, heeft veel spullen besteld; ook een verlovingsring terwijl zij geen partner heeft. Ze denkt dat ze app-contact heeft met koningin Maxima. De betrokkene zegt dat zij de staatsloterij heeft gewonnen en dat Gaston nog bij haar langskomt. Vanwege het kopen van spullen is de telefoon van de betrokkene ingenomen. De betrokkene is verbaal fors agressief geweest. Ook heeft ze een flesje Spa naar de arts gegooid. De betrokkene heeft één nacht in de separeer verbleven en is gisterochtend eruit gegaan. Het is nodig dat de betrokkene nog in het psychiatrisch ziekenhuis blijft. De betrokkene roept met haar gedrag agressie van anderen over zich, is agressief richting derden en geeft veel geld uit. Gelet op de gebeurtenissen van het afgelopen weekend heeft de arts geen vertrouwen in een vrijwillig verblijf en vrijwillig meewerken aan de te verlenen zorg. De arts heeft voorts aangegeven dat een aantal van de door de officier verzochte vormen van verplichte zorg niet noodzakelijk zijn.

3.Beoordeling

3.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstige financiële schade;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en bipolaire-stemmingsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Bij de betrokkene is sprake van een manisch psychotisch toestandsbeeld. Voor opname heeft betrokkene veel geld uitgegeven. Tijdens opname moest zij gesepareerd worden in verband met verbale en fysieke agressie. Het risico bestaat dat betrokkene door haar gedrag agressie over zichzelf afroept.
3.2.
De rechtbank overweegt dat ter zitting met de arts de door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg zijn besproken. De betrokkene heeft aangegeven dat zij alles doet wat haar gezegd wordt en de behandeling accepteert. De arts heeft echter aangegeven geen vertrouwen te hebben in de bereidheid van de betrokkene om vrijwillig aan de behandeling mee te werken, nu er in het weekend nog sprake was van een escalatie. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment bij de betrokkene onvoldoende bereidheid is voor het ontvangen van de nodige zorg op basis van vrijwilligheid.
De rechtbank is, in navolging van de arts, van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
-Toedienen van vocht voor de duur van maximaal drie weken;
-Toedienen van voeding voor de duur van maximaal drie weken;
-Toedienen van medicatie voor de duur van maximaal drie weken;
-Verrichten medische controles voor de duur van maximaal drie weken;
-Beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van maximaal drie weken;
-Insluiten voor de duur van maximaal drie weken;
-Uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van maximaal drie weken;
-Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen voor de duur van maximaal drie weken;
-Opnemen in een accommodatie voor de duur van maximaal drie weken.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.3
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
3.4
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

4.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[de vrouw],
geboren op [geboortedag] 1969, te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
-Toedienen van vocht voor de duur van maximaal drie weken;
-Toedienen van voeding voor de duur van maximaal drie weken;
-Toedienen van medicatie voor de duur van maximaal drie weken;
-Verrichten medische controles voor de duur van maximaal drie weken;
-Beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van maximaal drie weken;
-Insluiten voor de duur van maximaal drie weken;
-Uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van maximaal drie weken;
-Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen voor de duur van maximaal drie weken;
-Opnemen in een accommodatie voor de duur van maximaal drie weken.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 februari 2020.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. O.F. Bouwman, rechter, bijgestaan door A.E. Babulall-Balkaran als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 januari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 januari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.