ECLI:NL:RBDHA:2020:8290

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 augustus 2020
Publicatiedatum
28 augustus 2020
Zaaknummer
C/09/597398 / FA RK 20-5264
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 21 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging tot opname en verblijf bij Alzheimerpatiënt

De rechtbank Den Haag behandelde op 25 augustus 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor een cliënt met Alzheimer dementie. Het verzoek betrof een machtiging voor de duur van zes maanden op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).

Uit de overgelegde medische verklaringen, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat de cliënt aanvankelijk vrijwillig was opgenomen en momenteel verbaal verzet toont wanneer haar wordt gevraagd of zij naar huis wil. Dit verzet werd door de advocaat van de cliënt betwist als zijnde geen daadwerkelijk verzet, maar een uitgelokt antwoord. De arts bevestigde dat de cliënt haar plek heeft gevonden en niet actief probeert te vertrekken.

De rechtbank oordeelde dat het enkele bevestigende antwoord van de cliënt op de vraag of zij naar huis wil onvoldoende is om te spreken van verzet in de zin van de Wzd. Hoewel de cliënt lijdt aan een ernstige psychogeriatrische aandoening die tot ernstig nadeel kan leiden, zijn er geen minder ingrijpende maatregelen beschikbaar en is opname noodzakelijk en geschikt. Desondanks is het feitelijke verzet onvoldoende om de machtiging toe te kennen.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen wegens onvoldoende verzet van de cliënt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/597398 / FA RK 20-5264
Datum beschikking: 25 augustus 2020

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikkingnaar aanleiding van het op 04 augustus 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 1940,
wonende te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. R.N. Baldew te 's-Gravenhage.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 04 augustus 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
4 mei 2020;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 10 juli 2020;
- een op 17 juli 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts 1] die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was;
- een verklaring van de zorgaanbieder Zorgpartners Midden-Holland van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 10 juli 2020;
- een zorgplan van 10 juli 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- de [arts 2] in aanwezigheid van cliënt;
- de advocaat.

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft namens cliënt gepleit voor afwijzing van het verzoek. Cliënt is aanvankelijk vrijwillig opgenomen in de accommodatie en zou op dit moment verbaal verzet tonen. Dit verzet bestaat alleen op het moment dat er aan cliënt gevraagd wordt of zij naar huis wil. De raadsvrouw is van mening dat dit geen verzet is en dat een antwoord van cliënt, door het stellen van de vraag, wordt uitgelokt. Cliënt loopt niet weg en staat niet bij de deur, een rechterlijke machtiging is dan ook niet nodig.
De arts heeft naar voren gebracht dat het heel goed gaat met cliënt. Zij heeft inmiddels haar plek op de afdeling gevonden. Wanneer aan cliënt gevraagd wordt of zij naar huis wil dan wil zij dat wel maar zij gaat niet actief op zoek naar de uitgang. Nu cliënt verbaal verzet heeft getoond is de accommodatie verplicht om verdere stappen te ondernemen nu een verzoek om artikel 21 Wzd Pro, vanwege dit verbale verzet, niet mogelijk is.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer dementie.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich niet verzet tegen de opname en het verblijf. De rechtbank is van oordeel dat het enkele feit dat betrokkene bevestigend antwoordt als men haar vraagt of ze naar huis wil onvoldoende is om te kunnen oordelen dat sprake is van verzet in de zin van de wettelijke voorwaarden voor een rechterlijke machtiging. De rechtbank zal dan ook het verzoek afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, bijgestaan door S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 augustus 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op *.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.