Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
In het vijfde lid is bepaald dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog gegrond kan worden verklaard, indien de indiener van het beroepschrift daarbij belang heeft.
3 maart 2020 de uiterlijke beslisdatum 17 maart 2020 was. Echter, door de corona-crisis zijn alle dwangsommen stopgezet vanaf 16 maart 2020 tot het moment dat het onderzoek weer kon worden opgestart. Dit is het gevolg van de maatregelen die het kabinet heeft genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Daardoor is sprake van overmacht. Op 12 juni 2020 heeft het combinatiegehoor plaatsgevonden in de Algemene Asielprocedure en is de beslistermijn van twee weken van de ingebrekestelling weer gaan lopen. Nu het bestreden besluit op 16 juni 2020 is genomen, is er geen dwangsom verschuldigd. Gezien de standpunten van partijen is de rechtbank van oordeel dat in zoverre nog belang is bij een beoordeling van het onderhavige beroep.
Beslissing
- stelt vast dat verweerder als gevolg van het niet tijdig beslissen op de aanvraag een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb heeft verbeurd van in totaal € 902,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van in totaal € 262,50.