ECLI:NL:RBDHA:2020:8254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging zorgmachtiging verplichte geestelijke gezondheidszorg met verlenging bewegingsvrijheid en opname
De officier van justitie verzocht de rechtbank Den Haag om wijziging van een eerder afgegeven zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Dit verzoek hield onder meer in verlenging van de termijn voor het beperken van de bewegingsvrijheid, het insluiten, het uitoefenen van toezicht en opname in een accommodatie.
Tijdens de zitting verklaarde betrokkene zich tegen de verlenging van deze zorgvormen te verzetten, waarbij hij aangaf geen gevaarlijk rijgedrag te vertonen en klaar te zijn met de opgelegde zorg. De advocaat voerde aan dat het opnemen in een accommodatie wel was aangevraagd, maar niet het insluiten en toezicht, en dat deze laatste vormen niet proportioneel zijn.
De psychiater lichtte toe dat betrokkene sinds kort in een kliniek intensieve zorg verblijft en dat het instellen op medicatie langer duurt dan verwacht. De medicatiedosis is verhoogd en opname is noodzakelijk tot 5 november 2020. Insluiten is niet toegepast en wordt ook niet verwacht.
De rechtbank oordeelde ontvankelijkheid van het verzoek en overwoog dat de verlenging van bewegingsvrijheid en opname noodzakelijk is vanwege het risico op herhaling van incidenten bij voortijdig staken van behandeling. De verlenging van insluiten en toezicht werd afgewezen omdat dit niet noodzakelijk is gebleken.
De beschikking wijzigt de zorgmachtiging door verlenging van bewegingsvrijheid en opname tot 5 november 2020 en wijst het overige verzoek af.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie tot 5 november 2020 en wijst het verzoek tot verlenging van insluiten en toezicht af.