ECLI:NL:RBDHA:2020:8242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage Zvw 2016
Eiseres, woonachtig in België en AOW-gerechtigde, kreeg door het Centraal Administratiekantoor (CAK) een definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2016 opgelegd van € 2.099,60. Eiseres betwistte deze afrekening en stelde dat de procedure bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de voorlopige afrekening eerst moest worden afgewacht. Tevens voerde zij aan dat onjuiste gegevens werden gehanteerd en dat onrechtmatige inhoudingen hadden plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de buitenlandbijdrage terecht was vastgesteld conform artikel 69 Zvw Pro en de Regeling zorgverzekering. De voorlopige jaarafrekening was onherroepelijk bevestigd door de CRvB, en de definitieve jaarafrekening week niet af van de voorlopige. De rechtbank stelde dat het niet vereist is om de uitkomst van de procedure tegen de voorlopige afrekening af te wachten alvorens de definitieve vast te stellen.
Verder achtte de rechtbank de overige bezwaren van eiseres niet relevant voor het bestreden besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage Zvw 2016 is ongegrond verklaard.