Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[appellante] , eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van [nationaliteit] nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar partner die in Nederland woont. De relatie tussen eiseres en haar partner bestond sinds 2010, maar na het vertrek van de partner uit het herkomstland in 2013 was er vijf jaar geen contact. In deze periode is eiseres een andere relatie aangegaan.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat er geen duurzame, exclusieve relatie meer bestond en de feitelijke gezinsband was verbroken. Eiseres voerde aan dat de verbroken relatie onvrijwillig was en dat het contact was hersteld met toekomstplannen, maar de rechtbank oordeelde dat de nieuwe relatie en de langdurige periode zonder contact de gezinsband als verbroken doen gelden.
Ook werd geoordeeld dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eerder contact met haar partner onmogelijk was. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens verbroken gezinsband.