ECLI:NL:RBDHA:2020:8212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig locatiemanager, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35,42%. Na meerdere medische en arbeidskundige onderzoeken stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 35%, waarna de WGA-uitkering per 8 februari 2019 werd beëindigd. Eiseres voerde aan dat haar medische situatie verslechterd was en dat de beperkingen groter waren dan vastgesteld, onderbouwd met medische rapporten en verklaringen van haar behandelaars.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld op basis van zorgvuldige medische onderzoeken door verzekeringsartsen, die zowel lichamelijke als psychische klachten hadden meegewogen. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de rapporten onzorgvuldig waren of dat de beperkingen van eiseres waren onderschat. De diagnose fibromyalgie en de subjectieve pijnklachten vormden geen voldoende grond voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Ook de functies die door arbeidsdeskundigen waren geduid, pasten binnen de belastbaarheid van eiseres. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.