Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit I;
- verklaart het bezwaar van eiser tegen de beslissing van 31 mei 2019 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit III ongegrond;
- draagt verweerder op het in de procedure SGR 18/8446 betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1050,-.