ECLI:NL:RBDHA:2020:808
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in studieschuldbetwisting
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de zaak behandelt over het maandbedrag van haar studieschuld. Zij stelt dat de rechter onpartijdig en vooringenomen is vanwege eerdere betrokkenheid bij zaken van haar en haar moeder, en verwijst naar voorbeelden en een eerder afgewezen wrakingsverzoek.
De wrakingskamer benadrukt dat het optreden van een rechter in een andere procedure doorgaans geen grond is voor wraking in een nieuwe zaak. Er zijn geen bijzondere omstandigheden of nieuwe feiten aangevoerd die een gegronde wraking rechtvaardigen. Ook het verzoek van de rechter aan zijn teamleiding om geen zaken van verzoekster meer te behandelen, verandert dit oordeel niet.
De wrakingskamer wijst het verzoek af en bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.