ECLI:NL:RBDHA:2020:7956
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij Dublin-besluit Duitsland
Verzoekster, een Nigeriaanse vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank heeft de voorlopige voorziening behandeld samen met andere zaken via een Skype-verbinding vanwege corona.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier A. Vranken. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.