ECLI:NL:RBDHA:2020:7943
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en te late indiening bij niet tijdig beslissen bezwaar
Eiseres maakte bezwaar tegen haar onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en stelde dat verweerder niet tijdig op haar bezwaar had beslist. Verweerder stelde dat op 31 maart 2015 reeds op het bezwaar was beslist en dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan belang en te late indiening.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 31 maart 2015 op het bezwaar van eiseres betekent dat zij geen belang meer heeft bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast was het beroep ruim vijf jaar na het besluit ingediend, wat onredelijk laat is volgens de Awb. De rechtbank verwierp het verzoek van eiseres om een brief van 16 juli 2020 buiten beschouwing te laten en concludeerde dat dit stuk wel degelijk bij de beoordeling betrokken kon worden.
De rechtbank kwam niet toe aan het betoog van verweerder dat sprake was van misbruik van recht. Ook werd verweerder niet in de proceskosten veroordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en te late indiening.