ECLI:NL:RBDHA:2020:7926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit houdende persoon met een verblijfsvergunning in Italië, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging met zijn echtgenote, de referent. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste, een voorwaarde voor verblijf.
Eiser stelde dat de referent onterecht niet was vrijgesteld van het middelenvereiste, omdat zij al vijf jaar vrijgesteld zou zijn van de sollicitatieplicht. De rechtbank oordeelde echter dat de overgelegde brieven van de gemeente Den Haag geen formeel besluit bevatten waaruit een dergelijke vrijstelling blijkt. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de gemeente niet wilde meewerken aan het verstrekken van bewijs.
Daarnaast voerde eiser aan dat het primaire besluit onzorgvuldig was genomen en dat hij onterecht niet was uitgenodigd voor een hoorzitting. De rechtbank stelde vast dat het besluit wel degelijk later was verzonden dan de datum op het besluit vermeldde en dat de stukken van eiser waren meegenomen in de besluitvorming. De stelling over de hoorzitting werd niet onderbouwd. Ook een beroep op schending van artikel 8 EVRM Pro en de hoorplicht faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag mvv wordt ongegrond verklaard.