ECLI:NL:RBDHA:2020:7924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring en toekenning schadevergoeding wegens schending schorsende werking terugkeerbesluit
Eiser, met Sri Lankaanse nationaliteit, werd op 16 april 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de bewaring tot 28 april 2020 rechtmatig was, maar moest nu beoordelen of de bewaring daarna onrechtmatig werd.
De kern van het geschil betrof het contact dat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) opnam met de autoriteiten van Sri Lanka terwijl eiser nog in beroep was tegen het afwijzende asielbesluit en het terugkeerbesluit. De rechtbank volgde het arrest Gnandi (ECLI:EU:C:2018:465) en de beschikking CJS (ECLI:EU:C:2018:544) dat alle rechtsgevolgen van een terugkeerbesluit geschorst moeten worden zolang een rechtsmiddel loopt. Dit betekent dat DT&V geen verwijderingshandelingen mag verrichten, waaronder contact met het land van herkomst, zolang het beroep loopt.
Omdat DT&V op 4 mei 2020 contact opnam met de Sri Lankaanse autoriteiten, handelde zij onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig. De rechtbank wees het standpunt van verweerder af dat eiser niet in zijn belangen was geschaad. De bewaring werd daarom onrechtmatig verklaard vanaf 4 mei 2020. Verweerder had de bewaring op 29 mei 2020 opgeheven en bood schadevergoeding aan voor 1 dag onrechtmatige bewaring, maar de rechtbank kende schadevergoeding toe voor 25 dagen à €80, totaal €2.000.
Daarnaast werden proceskosten van €1.050,- toegekend aan eiser. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Bewaring onrechtmatig vanaf 4 mei 2020 en toekenning schadevergoeding van €2.000,- aan eiser.