ECLI:NL:RBDHA:2020:7897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd gesteld op grond van de Dublinverordening. De Staatssecretaris had een verzoek tot overname bij Duitsland ingediend, dat werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij een visumaanvraag voor Nederland had ingediend via een bedrijf, maar dat Duitsland ten onrechte als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen. De rechtbank stelde vast dat eiser daadwerkelijk een visum van Duitsland had verkregen en dat volgens artikel 12 van Pro de Dublinverordening de lidstaat die het visum afgeeft verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van de Staatssecretaris zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Catsburg op 16 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.