ECLI:NL:RBDHA:2020:7885
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Zwitserland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De zaak werd samen met een andere zaak behandeld op 14 juli 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft ter zitting onmiddellijk uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist in een andere zaak met hetzelfde nummer, waardoor een voorlopige voorziening niet langer mogelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.