ECLI:NL:RBDHA:2020:7853

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juli 2020
Publicatiedatum
18 augustus 2020
Zaaknummer
NL20.9089
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55b Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen verblijfsvergunning

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft de zaak aanvankelijk aangehouden vanwege coronamaatregelen, maar na versoepeling de behandeling hervat.

De rechtbank heeft eiser verzocht een kopie te overleggen van de ingebrekestelling aan verweerder, zoals vereist op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Eiser heeft hieraan niet voldaan binnen de gestelde termijn.

Omdat eiser verweerder niet voorafgaand aan het beroep schriftelijk in gebreke heeft gesteld en er geen omstandigheden zijn die dit redelijkerwijs onverenigbaar maakten, is niet voldaan aan de wettelijke vereisten. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaande ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.9089

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. H. Yousef),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 17 april 2020 beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 23 juli 2019.
Verweerder heeft op 29 april 2020 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de zaak enige tijd aangehouden omdat besluitvorming niet kon plaatsvinden door omstandigheden die samenhangen met de coronamaatregelen. Na versoepeling van de coronamaatregelen heeft de rechtbank de behandeling van de zaak hervat. De rechtbank gaat ervan uit dat verweerder voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn organisatie aan te passen aan de maatregelen die thans nog gelden.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Ingevolge artikel 8:55b, eerste lid, van de Awb doet de rechtbank, indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 van Pro de Awb is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting noodzakelijk acht.
3. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.
4. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
5. Uit het dossier blijkt dat de rechtbank bij brief van 8 juli 2020 eiser heeft verzocht om een kopie toe te sturen van de brief waarmee eiser verweerder heeft meegedeeld dat hij in gebreke is een besluit te nemen op de aanvraag. De rechtbank heeft eiser daartoe twee weken, na de datum van verzending van de brief, de gelegenheid toe geboden. De rechtbank stelt vast dat eiser niet binnen de geboden termijn hieraan gehoor heeft gegeven.
6. Nu eiser verweerder niet voorafgaand aan het beroep van 17 april 2020 in gebreke heeft gesteld en niet is gesteld noch anderszins is gebleken dat sprake is van omstandigheden waarin dit redelijkerwijs niet van eiser kon worden gevergd, is niet voldaan aan het vereiste van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.L.L. van den Akker, griffier.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.