ECLI:NL:RBDHA:2020:7812
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening toegang Nederland op grond van corona entry ban en regeling langeafstandsgeliefden
De Koninklijke Marechaussee heeft verzoekster de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 14, in samenhang met artikel 6, van de Schengengrenscode vanwege de corona entry ban, omdat zij een bedreiging voor de volksgezondheid vormt. Verzoekster, met de Singaporese nationaliteit, viel niet onder de uitzonderingen van het inreisverbod.
Daarnaast kon verzoekster geen beroep doen op de tijdelijke regeling langeafstandsgeliefden, omdat haar partner niet de Nederlandse nationaliteit of die van een EER-land of Zwitserland bezit. De voorzieningenrechter kwalificeerde deze regeling als een vaste gedragslijn van de minister van Justitie en Veiligheid en oordeelde dat deze geen onrechtmatig onderscheid naar nationaliteit maakt.
Verzoekster stelde dat zij op grond van de brief van 16 juli 2020 mocht vertrouwen dat zij aan de regeling voldeed, maar de rechter volgde dit niet. De regeling beperkt de uitzondering op het inreisverbod tot partners met Nederlandse of EER-nationaliteit, wat niet strijdig is met fundamentele rechtsbeginselen.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toegang tot Nederland wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de corona entry ban en de voorwaarden van de tijdelijke regeling langeafstandsgeliefden.