ECLI:NL:RBDHA:2020:7808
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van onvoldoende beschermenswaardig gezinsleven tussen moeder en meerderjarige zoon
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning als familielid van haar meerderjarige zoon die in Nederland verblijft. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een beschermenswaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, waarbij meer dan normale emotionele banden vereist zijn tussen ouders en meerderjarige kinderen.
De rechtbank overwoog dat verweerder in het bestreden besluit alle relevante elementen, zoals samenwoning, verzorging, emotionele en financiële afhankelijkheid, en de situatie in Syrië, voldoende had betrokken. Hoewel eiseres in een moeilijke situatie verkeert, was onvoldoende gebleken dat zij niet zelfstandig kan functioneren zonder de aanwezigheid van haar zoon. De verklaring van een neuroloog en de financiële ondersteuning via de zoon waren onvoldoende concreet onderbouwd.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de emotionele banden niet zodanig zijn dat deze een verblijfsrecht rechtvaardigen. De afwijzing werd daarom gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.