ECLI:NL:RBDHA:2020:7787

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2020
Publicatiedatum
17 augustus 2020
Zaaknummer
NL20.10372
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverwijzing naar Duitsland

Verzoekster, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek op grond van de Dublinverordening.

Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De zaak is behandeld via een Skype-verbinding op 14 juli 2020, waarbij beide partijen zich lieten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.10371), is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder toekenning van proceskosten.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn, in aanwezigheid van griffier A. Vranken, en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.10372
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] ,mede namens haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , verzoekster
V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Talsma).

Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is, tezamen met zaak NL20.10371, behandeld op 14 juli 2020 door middel van een Skype-beeldverbinding. Verzoekster en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Verzoekster stelt dat zij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en dat zij is geboren op [1988]
Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.10371, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken
16 juli 2020

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.