ECLI:NL:RBDHA:2020:7782

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2020
Publicatiedatum
17 augustus 2020
Zaaknummer
NL20.12869
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds gewezen uitspraak

Verzoeker, een Marokkaanse asielzoeker, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 juni 2020 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 8 juli 2020. Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Aangezien op dezelfde dag een uitspraak was gedaan in de gerelateerde zaak waarin het beroep werd behandeld, was een voorlopige voorziening niet meer mogelijk.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. Catsburg en is op 17 juli 2020 in het openbaar bekendgemaakt, met vermelding dat vanwege coronamaatregelen de uitspraak niet op een openbare zitting was uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.12869
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], geboren op [1992] , met de Marokkaanse nationaliteit, verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.Th.A. Bos), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.12868, plaatsgevonden op 8 juli 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Bassit. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.12868, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.E. van Gestel, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 juli 2020

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.