ECLI:NL:RBDHA:2020:7779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming
Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, had een aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid ingediend, welke door verweerder op 27 juni 2018 werd afgewezen. Na bezwaar en een gegrond verklaard beroep werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Verweerder nam het besluit echter niet tijdig, waarna eiseres beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. Uiteindelijk nam verweerder alsnog een besluit op bezwaar op 18 mei 2020, waarna eiseres het beroep introk en gelijktijdig verzocht om veroordeling van verweerder in de proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder met het besluit tegemoet was gekomen aan eiseres, waardoor het verzoek tot veroordeling in de proceskosten op grond van artikel 8:75a Awb toewijsbaar was. De kosten betroffen beroepsmatige rechtsbijstand en griffierecht, welke overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht werden vastgesteld op € 262,50 en € 178,- respectievelijk. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Janse van Mantgem, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen vier weken bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 262,50 na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.