Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
- mr. G. Janssen, advocaat van verzoekster;
- [A], indirect bestuurder van verweerster.
Het verzoek en het verweer
De beoordeling
BESLISSING
[X] B.V., voornoemd.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag een faillissementsverzoek ingediend tegen [X] B.V., stellende dat de vennootschap is opgehouden te betalen. Verweerster erkende de vordering van verzoekster, maar betwistte het bestaan van een steunvordering. De rechtbank stelde vast dat zij bevoegd was de insolventieprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.
De rechtbank hanteerde de vereisten uit de Faillissementswet, waaronder het pluraliteitsvereiste dat meerdere schuldeisers aanwezig moeten zijn en dat de schuldenaar niet meer betaalt. Hoewel de vordering van verzoekster vaststond, ontbrak het aan meerdere schuldeisers. De door verzoekster overgelegde verklaring van de belastingdienst gaf aan dat de belastingaanslag niet invorderbaar is vanwege uitstel van betaling in verband met de coronamaatregelen.
Daarom kon de belastingvordering niet als steunvordering worden aangemerkt. Ook was de hoogte van deze vordering onbekend. Gezien het ontbreken van pluraliteit en de niet-invorderbare belastingvordering wees de rechtbank het faillissementsverzoek af. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld via een advocaat bij het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek van [X] B.V. is afgewezen wegens ontbreken van pluraliteit en niet-invorderbare belastingvordering.