ECLI:NL:RBDHA:2020:7763
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen medisch onderzoek rijgeschiktheid
Verzoeker is door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen verplicht gesteld een medisch onderzoek naar zijn rijgeschiktheid te ondergaan. Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd. Verzoeker stelde dat hij niet de bestuurder was tijdens een politiecontrole en dat iemand anders zijn paspoort gebruikte, en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verlies van een vrije dag voor het onderzoek onvoldoende spoedeisend belang vormt. Ook is het besluit niet evident onrechtmatig, omdat de politie als ervaringsdeskundige wordt geacht een juiste identificatie te maken en de overgelegde verklaringen van vrienden onvoldoende objectief zijn.
Verzoeker kan zijn rijbewijs pas inleveren als uit het onderzoek blijkt dat hij niet rijgeschikt is. Hij kan later schadevergoeding vorderen indien zijn bezwaren gegrond worden verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.