Art. 6:4 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij psychotische stoornis
De rechtbank Den Haag heeft op 10 augustus 2020 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Betrokkene, geboren in 1990 en thans gedetineerd in een penitentiaire inrichting, lijdt aan een psychotische stoornis met waarschijnlijk een autismespectrumstoornis, verergerd door cannabisgebruik. Hij is betrokken bij een brandstichting in zijn woning, waarbij de toedracht mogelijk samenhangt met zijn psychische toestand. Betrokkene werkt mee en is gemotiveerd, maar zonder verplichte zorg bestaat een aanzienlijk risico op terugval en zorgmijding.
De rechtbank heeft op basis van medische verklaringen, een zorgplan en een beoordeling van de geneesheer-directeur geoordeeld dat de gevraagde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en proportioneel zijn om ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid bij dreigende decompensatie en opname in een accommodatie.
De machtiging geldt tot en met 10 februari 2021. De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg tot 10 februari 2021 om ernstig nadeel bij betrokkene te voorkomen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/596980 / FA RK 20-4997
Datum beschikking: 10 augustus 2020
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de man]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1990,
wonende te [woonplaats] ,
thans gedetineerd (UAH) in de [verblijfplaats]
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te Leiden.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 juli 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 10 juli 2020 ondertekende medische verklaring van dr. [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een zorgplan van 13 juli 2020;
- een beoordeling van de geneesheer-directeur op het zorgplan van 15 juli 2020;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 TijdelijkePro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- de [psychiater 2] [sociaal psychiatrisch verpleegkundige] en een bewaker, allen in het bijzijn van betrokkene;
- de advocaat.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard dat hij geen last meer heeft van stemmen en graag een nieuw leven wilt opbouwen. Binnen 30 dagen komt hij weer op de raadkamer en hoort hij of hij nog langer in voorlopige hechtenis moet blijven. Dat betrokkene, nadat hij vrijkomt, hulp ontvangt lijkt hem wel een goed idee.
De spv’er heeft aangegeven dat de zorgmachtiging is aangevraagd met de intentie om betrokkene, nadat hij vrijkomt, ambulant door het FACT team van GGZ Holland-Noord te laten begeleiden.
De psychiater heeft verklaard dat de intenties van betrokkene goed zijn, maar het op dit moment nog niet is in te schatten of dat te handhaven is als betrokkene (in zijn eigen omgeving) afgeleid of getriggerd wordt. Zonder een machtiging en de mogelijkheid door te kunnen gaan met medicatie en de controles (UC) daarop vreest de psychiater dat betrokkene in eenzelfde soort situatie terecht zal komen.
De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Zowel de moeder van betrokkene als hijzelf ondersteunen dit. Betrokkene is doodongelukkig in de PI en hoort hier niet thuis. Met behulp van ambulante zorg kan hij de draad weer oppakken. Er is op dit moment geen acute noodzaak voor opname waardoor niet is voldaan aan het ernstig-nadeel criterium.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische toestandsbeeld bij waarschijnlijk eerder vastgesteld autismespectrumstoornis, geluxeerd door cannabisgebruik.
Betrokkene gebruikt(e) dagelijks 1,5 gram cannabis en is bekend met het horen van stemmen die hem opdrachten geven alsmede hallucinaties en paranoïde.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstige psychische schade
-ernstige materiële schade
-ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Betrokkene zit momenteel in voorlopige hechtenis in de penitentiaire inrichting [verblijfplaats] omdat hij brand zou hebben gesticht in zijn woning. De toedracht hiervan is onduidelijk maar mogelijk speelde cannabisgebruik en hallucinaties hierbij een rol.
Om de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Op dit moment verblijft betrokkene in de PI waar hij niet de mogelijkheid heeft om te blowen. Betrokkene werkt momenteel mee en is gemotiveerd. Het risico is echter aanzienlijk dat hij in de thuissituatie weer vervalt in oud gedrag, de psychose weer oplaait en hij wederom zorgmijdend wordt. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie, bij dreigende decompensatie en voor zo kort mogelijk duur.
Met betrekking tot de opname overweegt de rechtbank dat de geneesheer-directeur slechts kan beslissen tot opname als betrokkene niet meewerkt aan de uitvoering van voormelde vormen van verplichte zorg en er dientengevolge ernstig nadeel dreigt, dan wel er op andere wijze ernstig nadeel dreigt dat voortkomt uit de stoornis. De geneesheer-directeur zal – alvorens tot opname te beslissen – de betrokkene (doen) horen en de opname zal alsdan niet langer duren dan nodig is om het dreigend ernstig nadeel af te wenden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[de man]
geboren op [geboortedag] 1990,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie, bij dreigende decompensatie en voor zo kort mogelijk duur.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 februari 2021;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G.J. Brink, rechter, bijgestaan door K.A.M. Boeije als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 augustus 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 augustus 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.