ECLI:NL:RBDHA:2020:7741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens ernstig nadeel door verstandelijke handicap
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 2001, met een verstandelijke handicap die leidt tot ernstig nadeel. Betrokkene verbleef reeds in een accommodatie en de zorgaanbieder en medisch specialisten onderschreven de noodzaak van de machtiging.
Tijdens de zitting van 10 augustus 2020, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19 maatregelen, gaf betrokkene en zijn advocaat aan dat betrokkene geen psychiatrische stoornis heeft en liever vrijwillig zou verblijven. De arts en persoonlijk begeleider benadrukten echter dat opname noodzakelijk is om betrokkene tegen zichzelf te beschermen en ernstige risico's zoals agressie en zelfbeschadiging te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene moeilijk met vrijheden kan omgaan en juist met beperkingen goed functioneert. Er zijn geen minder ingrijpende maatregelen beschikbaar om het ernstig nadeel te voorkomen. Gezien de ernst van het nadeel en de noodzaak van goede structuur en begeleiding, verleende de rechtbank de machtiging voor zes maanden, tot 9 februari 2021.
De beschikking werd uitgesproken door rechter C.G. Meeder en griffier A.U. Hatuina. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door verstandelijke handicap.